woensdag 17 juni 2015

Dichter

Die avond kwam hij eten. Hij had een schoon overhemd met lange mouwen aangetrokken en een nette broek. Dat verbaasde me want ik kende hem nog niet anders dan met een donkergrijze hoody ver over zijn baseball pet getrokken.


Later, veel later, toen hij de schaamte voorbij was, vertrouwde hij me toe dat hij zich had gesneden en dat de wond was gaan bloeden. Hij wilde mij het akelige aanzicht besparen.


Ik had aardappelen met groente, vlees en stoofperen gemaakt en hij leek van iedere hap te genieten. Hij at zijn bord niet leeg en verzekerde me dat dit de lekkerste maaltijd was die hij in die 22 jaar in Nederland had gegeten. Hij woonde hier al jaren, maar het leek of hij Teheran nooit had verlaten.


Zo had hij hier weinig vrienden en belde hij iedere dag met zijn moeder en zus om hen te vertellen dat hij ze miste. Tegen zijn dove oude moeder schreeuwde hij. Tot ergernis van zijn onderburen.


Maar dat wist ik toen allemaal nog niet en ook niet dat de Iran-Irak oorlog in zijn nachten nog altijd niet was afgelopen. Ik wist nog niet van de bommen die in drie ronden insloegen. De laatste geluidloos zodat je niet hoorde aankomen dat je uit elkaar ging spatten of de man voor je.


En ik wist nog niet van de vele dode jongens die hij in een ambulance midden tussen de bombardementen door naar hun moeders had gebracht. Totdat hij zelf tijdens zo'n transport werd geraakt door een granaat en hij een medaille kreeg omdat hij die laatste jongen tot aan het legerkamp had gebracht voor hij zelf bezweek. Ook dat vertelde hij me veel later. Wel hadden we het over zijn kat Princess en over poëzie.


Ik liet hem een bundel van Remco Campert zien die hij rustig bestudeerde, 
vooral de kaft met de titel: ‘Kus zoekt mond’.
`Dat is vreemd,’ zei hij na een korte stilte.
`Als ik de dichter was, had ik daar ‘kus zoekt lippen’ van gemaakt’.

Vanaf dat moment waren we vrienden.

maandag 23 februari 2015

Nel dankjewel!

Tekst die ik had willen uitspreken bij de crematie van Nel 

Zoveel jaar geleden leerde ik Nel kennen,
als vriendin van oom Henk.
We waren nog verdrietig over de ziekte en het overlijden van mijn tante Lia.
En wisten dat mijn tante had gezegd dat Henk niet alleen moest blijven.
We keken daarom reikhalzend uit als Henk een vriendin meebracht naar de Steve Bikohof.
Was dit de vrouw die Lia bedoelde?
En toen Nel voor het eerst tussen de familie zat, was er bij mij geen twijfel.
Bij niemand niet.
Dit was ze!

Ten eerste: superknap! Wat een dame!
Ze stuwde de knapheid van de familie met zeker tien niveaus omhoog.
Ten tweede: haar lach. Ze lachte veel en hartelijk.
We zijn een rustige familie, maar lachen wordt door ons hoog gewaardeerd.
Geen zuurpruimen toegestaan.
En ten derde haar warme aandacht.
Ze voegde iets toe aan de familie wat aanstekelijk werkte.

Het geldt misschien minder voor de Van Puyfelicks en de De Jongs,
maar de Magilsens zijn een beetje afstandelijk, een beetje bescheten
als het erom gaat te vragen hoe het met je is.
Ze durven niet door te vragen, wanneer het niet goed met je gaat.
Bang om je te kwetsen, bang voor een ongemakkelijke situatie wellicht?
Nel leerde ons dat het juist fijn is als je doorvraagt,
als je aandacht hebt voor een ander.

Dus op deze verdrietige dag in deze verdrietige tijd
waarin we allemaal denken:
waarom mocht deze prachtvrouw
geen  honderd jaar worden samen met Henk en haar familie en vrienden?
wil ik 1 ding zeggen uit de grond van mijn hart:


Nel dankjewel!


maandag 5 januari 2015

Raadsel

Buurman vanavond tijdens bezoekuur: 
'Ingrid, ik kwam vandaag een man tegen die geen persoonlijkheid had.
Ik heb een klein raadsel voor jou, Ingrid. Hoe heet iemand zonder persoonlijkheid?'
'Een angstig iemand?' raad ik
'Nee!'
'Een boos iemand?'
'Nee!'
'Een verdrietig iemand?'
Buurmans ogen gaan ondeugend glinsteren.
'Nee, Ingrid, zal ik jou voorzichtig het antwoord vertellen?'
'Ja, doe maar, buurman, ik ben benieuwd.'
'Dat is een eikel, Ingrid!'

Gelukkig buurman's humor is onbeschadigd.

zaterdag 3 januari 2015

High five!

`Knock knock.’

`Who’s there?’
‘Allah.’

‘Allah, who?’
‘Allah, the great, the only one, the infinite, the one, who can't be named.’

‘Are You God?’
‘People call me Amon, Allah, God, Jahweh or Jehovah and many, many other names. I lost counting.’

‘What do You like to be called?’
‘Frankly, I don't care, as long as you love me.’

‘Do You love all of us?’
‘Until infinity, and unconditionally like a parent.’

‘One question, my neighbour is sleeping in the intensive care unit in hospital, right now. When will he finally wake up? His sister and old mother are worried to death. And frankly, I'm worried too, what if he won't wake up?’
‘Have patience, my dear Ingrid, my love energy is working on him. Let him sleep. That will do him good. If he wakes up, I promise, his heart will be healed, you can count on me for that.'

‘He suffered so much pain in his life, he was even crucified like your son! How could people do that! I'm really angry and sad about that. He is like Job in the bible, why couldn't You prevent his suffering?’
‘He has suffered more than most people, Ingrid, I know. And I feel sorry for him. But I needed him, I have felt the infinite suffering because of him, your neighbour, my son.’

‘Can You heal him, really, even if he is so damaged?’
‘Believe me, I can do anything, Ingrid, as long as you believe I can.’

‘I believe You.’
'I know, Ingrid, I can read both your mind and your heart, because I'm in it, in all of you, actually.'
‘ Another thing, Ingrid, Have you thought about your reward? A reward for helping me out, for helping your neighbour.’

`I don't need a reward, for that, Isn't it enough that my neighbour will be healed again soon?'
‘Don't be silly, Ingrid, are you going to reject my reward?’

‘I wouldn't dare to reject your rewards.’

‘So that´s settled then. I dare you, Ingrid, what do you ask of me?’

‘Can I ask anything?’
‘Yes, everything and I do like a challenge, as you deserve it. You saw a human being next to you and helped him, while no one else saw him anymore and no one helped him to heal his heart. You saw how loving he was and how much love he needed from others. You did not only save his life. You saved his soul, by loving him, like you love yourself. And now I will heal his heart for him, for you and for all of the world.

For centuries I ask the world to love your neighbour like you love yourself, and I know it's a hard thing to do, but you did, and moreover you did it whithout complaining and with seemingly no effort at all. Actually you seemed to like it and even asked for more. And you are not the only one. I see a lot of people who listen to my advice, to love their neighbour like they love themselves. And it makes me feel all warm and loving inside.

That´s why I will do as I promised. I will save his soul and his heart and I will take care he will be happy again.'

'Is that a promise?'
'Yes, Ingrid, that's a promise. But don't beat around the bush, I asked what you wanted as a reward. You haven´t told me yet.'

´Can I really really ask for anything? Won´t You be offended if I asked only things for my self?'
'No problem, You can ask for anything for yourself. But I advice you to think bigger. Think on a worldly scale.
Think about the fate of the world.'

`Something like peace on earth?'
`Whatever you like, Ingrid, It's your party!'

`Ok, thank you, I will accept your reward, but I have to think about it first. It's too much at the same time for me now. I can't think clearly. Is it okay, that I make a list with everyone who has a wish for the world?'
`Ah, now we are getting somewhere, Ingrid! Let's do this together, you, me and everybody. That's the way I like it! Ask everyone to add their wishes for the world. But remember I don't do those miracles myself, I need all of you to make those wishes come true! That's why I created you in the first place.'

‘Can I use social media, to make this list?’
‘Why do you think I inspired Watt, Ada, Nicola, Tim, Marc en Jack and all those other clever girls and boys to invent electricity, computing, the world wide web and social media?’
To share pictures of your cat, Ingrid?

‘ Lol,  You 've got a great sense of humor.’
‘People think they created jokes, but I was the inventor. You can call me the funniest in the house, Ingrid.’

‘You make me laugh.’
‘I love it when a plan comes together.  Give me a high five, Ingrid!’

High five!

`One more question, Why did Michael Angelo, in the Sixtine chapel painted such a weak high five between You and Adam?'
Because Michael was a sissy. Don't get me wrong! I love homosexual people most of all. They are my favorites. And people who think otherwise are just jealous and say stupid things out of jealousy. I hate it when other people don't love them. And I detest jealousy. But of course I have my dark side too, like all of you have. As you were created to my image. Whether you are mentally, of physically challenged or an Olympic champion. All are created in my image.

And people who make fun of others, are blind to the beauty in all of us and in all of you, you perfect creatures,  with all those beautiful imperfections, Although I prefer not to call them imperfections, but variations,  I created that diversity! With a purpose to make all the people in the world stronger as a team all with your own talents.

And about that weak high five. I hadn't created the high five back then yet in the Italy of the Renaissance. So Michael, my sweet Angelo, didn't understand exactly what I meant when I asked him to do a high five. That's why it turns out a bit gay on that painting, doesn't it?'

`And you loved Paul McCartney and John Lennon a lot too, did you?'
`I love everyone, but frankly I was the biggest fan of the Beatles. They were such good listeners, like you are. And they could express exactly what I think in their songs.
If you listen to Imagine or let it be, Ingrid, you can hear my words exactly!'

`But hurry now, make your list! I'm looking forward to read it and make it happen.'

`Thank you.'
'No, thank you!'
´High five!´
`Down low!
`Too slow!'

Ha ha ha...

Hey, you should check out three of my favorite youtube films:



zondag 7 december 2014

7 december

Wat is het donker in de kamer.
Terwijl ik de trap afloop, realiseer ik me wat er niet klopt.
In paniek ren ik de woonkamer in die vol diepzwarte rook staat.
In de keuken smelt een plastic babyflesje in een drooggekookt pannetje waarin ik het flesje wilde schoon koken.
Ik doof een kleine vlam met een pannendeksel en draai het gas uit. Alles om me heen is bedekt met de vette zwarte as van verbrand plastic.
Als een gek ren ik naar mijn zoon die in zijn wandelwagen ligt na een wandeling in de winterzon.
Leeft hij nog?
Ik pak hem op en ren met hem naar boven naar de frisse lucht.
Ik leg hem op de commode en gooi het raam open.
Hij ademt nog.
De tranen schieten in mijn ogen van diepe opluchting.
Ik maak zijn neus schoon. Rond zijn baby neusgaten ziet het zwart van de as.
Ik heb hem vergiftigd!
Hij wordt wakker en lacht naar me.
Ik druk hem dicht tegen me aan en neem hem mee naar de slaapkamer.
Straks ga ik wel kijken naar de zwarte ravage beneden.
Voorlopig blijf ik met hem op bed zitten om trillend bij te komen van de schrik.
Op het journaal het bericht dat er een prinsesje is geboren. 
Ik vier deze speciale verjaardag mee.
7 december is voor altijd de dag dat mijn zoon mocht blijven leven.

donderdag 30 oktober 2014

Wie weet

Aan het  tafeltje naast ons
zitten een man en een jongen.
`Zondagmiddag papa-tijd’,  fluister ik.
Mijn tafelgenoot knikt en staart naar het tweetal.

De jongen speelt met het rietje in zijn flesje Fristi.
Zijn beentjes bungelen onder de tafel.
De man - in grijs Italiaans pak - speelt met een pakje Marlboro
en haalt een lok steil blond haar uit zijn gezicht.
Hij kijkt een moment naar de jongen voor hij zich weer over zijn smartphone buigt.

`Hij lijkt sprekend op mijn pa toen die zo oud was als hij’, zegt mijn tafelgenoot zacht.
Zijn blik nog altijd gericht op vader en zoon.
De ober komt vragen wat we willen drinken.
We bestellen er een portie kaas bij en mijn tafelgenoot vertelt over zijn jeugd.

De man en de jongen zijn inmiddels buiten op het terras gaan zitten
met hun rug naar ons raam.
De man heeft zijn arm om de schouders van de jongen geslagen,
draait zijn hoofd de andere kant op en neemt een stevige trek van zijn sigaret.

Ons gesprek valt stil.
Mijn tafelgenoot kijkt naar de knul met de arm van zijn vader om zijn schoudertjes.
`Zo hadden mijn pa en ik ook kunnen zitten.’
Ik leg een hand op zijn hand.
`Wie weet had hij dat wel gedaan, als hij beter had kunnen praten.’
`Wie weet waren mijn ouders dan wel uit elkaar gegaan
en had hij met mij op een zondagmiddag op een terras…’
`Ja, wie weet,’ zeg ik.
Vader en zoon verlaten het terras.

Mijn tafelgenoot draait zich om en kijkt ze na tot ze uit het zicht verdwenen zijn.

dinsdag 28 oktober 2014

Voor het eerst in jaren


Hij zat op een bankje in de zon.
Ingevallen mond, groezelig baardje,
ruim in zijn donkerblauwe jack en grijze broek.
Ik groette hem zoals ik dat altijd doe.
Hij keek door me heen en zweeg,
zoals hij dat altijd doet.
Meestal zie ik hem lopen van huis naar de supermarkt of terug.
Met boodschappentas,
rechtop, stijf en in zichzelf gekeerd.
In zijn eigen wereld.
Toen ik weer naar huis fietste met mijn boodschappen
liep hij daar ook weer
met boodschappentas,
stijf en rechtop.
Maar wacht,
struikelde hij daar,
of was dat een huppelpasje?
En voor het eerst in jaren,
hoorde ik hem hardop lachen.

vrijdag 4 juli 2014

Wat stuk was

Voor Samantha en Maurits

Als je vecht als een leeuw, maar het helpt je niet.
Als het leven je geeft, wat je niet hebt verdient.
Als je zo moe bent, dat je het niet meer ziet.
Je gaat terug uit.

Als je af en toe lacht maar je huilt het meest.
Als je voor altijd verliest wat er ooit is geweest.
En je liefde alleen nog maar leeft in je geest.
Wat blijft er over?

Licht leidt jou naar huis.
En je ziel komt thuis.
En ik maak wat stuk was.

Hoog op de top en diep in het dal.
Als een liefde je nooit loslaten zal.
Maar als je niet schiet dan raak je geen bal.
Je bent het waard.

Licht leidt jou naar huis.
En je ziel komt thuis.
En ik maak wat stuk was.

En je huilt het meest
als je voor altijd verliest wat er ooit is geweest.
En je huilt het meest.
En ik maak wat stuk was.

En je huilt het meest.
Ik maak goed waar ik fout ben geweest.
En je huilt het meest
En ik maak wat stuk was.

Licht leidt jou naar huis.
En je ziel komt thuis.
En ik maak wat stuk was.

woensdag 7 augustus 2013

#bloginterview door @marysjabbens

‘Ik vind het belangrijk dat het goed klinkt’

Wil jij je even voorstellen?
Ik ben Ingrid Magilsen, op twitter heet ik @Magilsen

Wat is de reden dat je bent gaan bloggen?
Ik schrijf al jaren, vooral voor mijn werk. Er zitten altijd korte en lange verhalen in mijn hoofd, maar ik heb niet altijd de tijd om ze uit te werken. Een korte blog geeft me dan snel de voldoening van een verhaal met een kop en staart. Ik ben als het om schrijven gaat meer een boetseerder dan een beeldhouwer.

Hoe lang blog jij al?
Vanaf 2005 plaats ik korte verhalen op mijn website. Wat later had ik samen met enkele dames van de netwerkorganisatie Women on the web een gezamenlijk blog. In 2011 werd dat een afzonderlijk blog: www.magilsen.blogspot.nl. Inmiddels zijn dat meerdere blogs.

Hoe vaak blog jij?
Mijn streven is om iedere week te bloggen met www.magilsen.blogspot.nl. In de praktijk is het een keer per maand. Bij iedere blog hanteer ik weer een andere frequentie. Mijn droomblog www.sterrenstofmagie.blogspot.nl vulde ik een tijd iedere dag aan. En de verhalen van mijn opa www.terug4045.blogspot.nl zijn nu een afgerond geheel. Ik heb nog wel enkele verhalen van en over hem. Maar dat heeft niet zo’n haast.

Heb jij vaste tijden waarop jij je blogs schrijft?
Nee, maar in de praktijk meestal in de vroege ochtend. Dan staat mijn hoofd er het meest naar. En ben ik nog fris en fruitig. Maar het kan ook zijn dat een verhaal op een ander moment van de dag in mijn hoofd rijpt.

Heb jij altijd een thema of idee waarover je wilt bloggen of komt dat pas als je er voor gaat zitten?
Eerst groeit er een idee in mijn hoofd. De aanleiding en het einde komen meestal het eerst. Daar begin ik ook al met het verzinnen van goede zinnen. Meestal heb ik het verhaal uiteindelijk van a tot z in mijn hoofd. Dan pak ik een stuk papier, liefst mijn notitieboekje en schrijf ik het uit. Ik schrijf het eigenlijk over uit mijn hoofd. En dan ga ik nog wat schrappen en schuiven. Goede woorden zoeken. Het ritme verbeteren. Ik vind het belangrijk dat het mooi klinkt. Dat maakt het verhaal ook grappiger.

Blog jij over alles?
Ik blog vooral over wat ik meemaak. Gekke dingen vooral, anekdotes. Op mijn dromenblog (sterrenstofmagie.blogspot.nl) blog ik uiteraard over dromen. De herinneringen van mijn opa Magilsen staan op www.terug4045.blogspot.nl.

Hoe zou jij jouw blogs omschrijven?
Korte verhalen om te vermaken. Het zijn verhalen die het absurde kleine en wonderlijke van het dagelijkse leven benadrukken.

In hoeverre en waarom houd jij rekening met jouw lezers, of doe je dat helemaal niet?
Ik schrijf zo dat een onbekende het verhaal kan begrijpen. Dierbaren beschrijf ik zonder hun naam te noemen. En een verhaal over een derde schrijf ik zo dat een ander niet kan achterhalen wie dat was.

Zijn er onderwerpen waarover je wilt schrijven maar het nog niet durft/wil/kan?
Ja, maar dat gaat nog wel veranderen. Alles op zijn tijd.

Hoe belangrijk zijn de statistieken voor jou?
Het is leuk om te zien hoeveel mensen de blog hebben bekeken. En ik kijk ook welke blogbijdrage beter in de smaak viel dan een andere.

Op wat voor manier en waar, maak je kenbaar dat je een nieuw blog hebt geschreven?
Een link naar de nieuwe blog zet ik op Twitter, Facebook en soms ook Google+, heel af en toe in Path. Mijn droomblog stuurde ik ook speciaal door naar @droomcoach. Zij retweette dat weer. Een retweet van iemand die twittert over een specifiek onderwerp, zoals dromen, helpt wel om je verhaal te krijgen bij mensen die het interessant vinden om te lezen.

Ben je tevreden over jouw site?
Blogspot vind ik heel handig werken. En je maakt heel eenvoudig een nieuwe blog aan. Over mijn website ben ik absoluut niet tevreden. Die lijkt nog het meest op een uitgestorven dino. Die laat ik binnenkort vernieuwen.

Wat vind je van de reacties van lezers op jouw blog?
Ik vind het leuk als lezers mijn blogbijdrage liken, deze delen of retweeten.

***
Aan #bloginterview van @marysjabbens (www.marysjabbens.nl ) deden al mee:

@Baklap2, @blogtrommel, @CajaArtemis, @caro_geurtsen, @DebbiePeter, @DianavanderWal, @doorzichtbaar, @Drspee, @eenmars, @Heetehond, @hjdewit, @iblameTomas, @jjvoerman, @Kleefsstra,  @lindakwakernaat, @magilsen, @MamaKrieltje, @Marije_Blogt, @pixelprinses, @poeetweet, @prinmess, @rsnijders, @ruudketelaar, @sabinerotterdam, @Sjors70, @tussenjouenmij, @veteraan1974, @viktorstaudt, @WalterHoekstra en @zomerzon63

dinsdag 9 juli 2013

¿Habla Español?

Een ouderpaar liep verloren rond achter hun volwassen dochter en de kleinkinderen in de Appie. 
Bij de kassa vroeg opa mij onverwacht: `¿Habla Español?’
`Si’, antwoordde ik.
‘Dat dacht ik wel’, leek hij te zuchten.
‘¿De donde es?’, vroeg ik om het gesprek op gang te houden.
‘Si’, antwoordde hij.
`‘De donde es! Papaa!’, hielp zijn dochter die de boodschappen aan het inpakken was.
En ze rolde naar mij met haar ogen van ‘ach, neem het hem niet kwalijk, hij is een beetje in de war.’
Haar dochter was ondertussen aan het onderhandelen of ze met een vriendinnetje mocht spelen.
En haar zoontje hing jengelend aan haar kleren. Dodelijk vermoeid.
`De Mexico!’ zei opa triomfantelijk.
`Mexico! Fantastico!’ zei ik enthousiast.
`Guadalajara’, riep de oude baas uit, aangestoken door mijn enthousiasme.
En toen zei ik in het Spaans: ‘ik ben vrienden met Guadalajara’ in plaats van:
`ik heb vrienden in Guadalajara’
Dat leverde me een forse handdruk op van opa Mexico.

Want vrienden van Guadalajara zijn vanzelfsprekend zijn vrienden.

donderdag 4 april 2013

Walgelijk

`Mam, heb je nog steeds dat walgelijke schilderij hier?'
vraagt zoonlief geërgerd.
`Ja, en dat blijft hier.
Ik vind het mooi.
Wat vind jij er walgelijk aan?
`Wie stopt er nu zijn vingers zo in zijn mond!' antwoordt hij vol afschuw.
En hij doet het voor
met die vingers.
`Walgelijk!'

Kessel

Mijn oma
Wilhelmina van de Klundert,
kortweg, Mientje,
werd als meisje van elf
voor op straat,
de Leenherenstraat,
toen nog onverhard
aangereden door een van de eerste automobielen van Tilburg.

Ze liep nog een hele tijd mank
Maar gelukkig was het niet ernstiger
anders was ik er niet geweest.

De eigenaar van de automobiel
was familie van
Maria Catharina Wilhelmina  Kessels,
kortweg, Marietje,
de fabrikantendochter
die als meisje van elf
dood en naakt met één kniekous
onder het dak van de Heilig Hartkerk
aan de Noordhoek in Tilburg werd gevonden.

Ze was verkracht en vermoord.
Toen dachten ze door de koster.
Nu lijkt het waarschijnlijker dat meneer pastoor de boosdoener was.

De aanrijding van Mientje
werd door de familie Kessels
net zo weggemoffeld als
de verkrachting en de moord op Marietje.

Als kind reden we langs de Noordhoek
naar mijn opa en oma.
En bij het verkeerlicht van de Spoorlaan
en de Noordhoekring
waar de Heilighartkerk ooit stond
dacht ik dan vaak
aan Marietje Kessels
En hoe wreed haar dood was
en hoe onrechtvaardig dat de dader nooit is gestraft.

Ik ga vandaag naar Kessel
Mijn hersenen maken rare sprongen.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Moord_op_Marietje_Kessels

dinsdag 19 maart 2013

Mannenmomentje


`Er staan alleen maar mannen bij de kassa’, constateer ik hardop bij de Albert Heijn.
`Ja’, zegt de kassière lachend.
‘Oh?’, zegt een van die mannen voor me in de rij, verbaasd.
`Was u dat nog niet opgevallen?’ vraag ik.
`Nee, maar nu je het zo zegt.'
Jou was dat dus wél opgevallen’, zegt hij dan.
`Uhm, ja’, antwoord ik. 
Wat zegt dat over mij? denk ik.
`Nou, geniet ervan!’, zegt hij met een knipoog, 
terwijl hij met een pak inlegkruisjes in zijn tas naar buiten loopt.

dinsdag 5 maart 2013

Met zonder jas

`Dan ga je lekker met zonder jas buiten spelen!', spoor ik zoonlief aan om van de eerste zon te gaan genieten.
`Mam, dat is geen Nederlands!' reageert hij serieus.
Hij wijst naar me en vervolgt zijn betoog.
`Je weet toch, mam, dat je de Nederlandse taal misbruikt als je 'met zonder jas' zegt!'
Ik moet lachen.
`Ja, schat, dat weet ik. Vort! En nu naar buiten jij...
met of zonder jas.'

vrijdag 1 maart 2013

Zuidpooltje spelen

`Zo lig je er toch niet goed bij!’ zeg ik quasi verontwaardigd
als ik zoonlief een nachtzoen geef.
Ik haal zijn dekbed van hem af en zeg:
`Weet je dat je tante en ik vroeger vaak Zuidpooltje speelden?’
`Hoe deed je dat dan?’ vraagt zoonlief nieuwsgierig.
`Let maar eens op!’ zeg ik om het spannend te maken.
En ik leg zijn dekbed en een fleecedeken over hem heen.
`Het is heel koud op de zuidpool, je moet je goed inpakken’, zeg ik.
En ik stop hem extra goed in.
En dan pak ik een extra dekbed van de zolder met een witten dekbedhoes
en leg dat nog eens over die dekbedberg heen.
`Zo nu ben je klaar voor een zuidpoolexpeditie!’, zeg ik
`Welke dieren ga je zien?’
`Pinguins en poolvossen’, zegt zoonlief.
`Zijn er poolvossen op de zuidpool?’ vraag ik.
`En waar zijn je pinguïns eigenlijk?’ vraag ik.
We zoeken naar zijn pinguïnknuffels en speciaal naar Happy feet!
En zetten die op de witte deken in het poollandschap.
`Zo nu ga ik lekker Zuidpooltje spelen, zegt zoonlief.
`Even dan', zeg ik en dan kruip je in je iglo.
`Weltrusten, mam’
`Weltrusten, poolreiziger!’

zaterdag 16 februari 2013

Gelijk

Ik bind de spikes onder mijn schoenen. De berg ligt nog gedeeltelijk in de schaduw, maar de zon schijnt al op de sneeuwwitte top. Daar willen we naar toe. Daar hebben ze een lekkere Burgerliche Küche.
Het bandje dat ik om mijn schoen moet binden, schiet los. Mijn handen zijn nu al koud.
Ben je er klaar voor?’ vraagt mijn man.

`Ja’,  zeg ik en ik sta op van het bankje voor het hotel.
De weg is vies grijs met dikke klonters ijs.
We slaan een paadje in langs het meertje en stijgen direct.
`We moeten wel een stuk langs de skipiste’, waarschuwt mijn man.
`Dat is wat minder, maar boven is het mooi.’
Hij heeft gelijk. Het pad langs de skipiste is lelijk en lastig klimmen ook met de spikes onder onze schoenen.

`De volgende keer huren we sneeuwschoenen’, zegt hij. `Dat wil ik ook nog wel proberen.’
`Maar dit is goed voor een eerste keer’, zeg ik.
`Ja, dit is goed.’

Als we eindelijk voorbij de piste zijn en we een haarspeldbocht, belandden we in een steile laan met hoge sparren aan weerszijden. De zon speelt door de naalden en laat de sneeuw schitteren. Een sprookjesachtig stil licht.
`Dit is de moeite waard’, zeg ik.
`Hier doe je het voor he,’ zegt hij.

Zo genieten we naar boven naar de hut waar een warme lunch en een schnaps voor ons klaar staat.
We belanden in een kleine Stube met een tegelkachel en een grote houten tafel met banken langs de wand. Een man uit het gezelschap aan tafel maakt een foto van ons: een jong gelukkig stel blozend van de wandeling door de sneeuw.

Weer buiten kijk ik uit over de besneeuwde toppen. Het is hier prachtig! Ik zou hier altijd naar kunnen blijven kijken.
Na een lange tijd genieten lopen we weer naar beneden.

In het hotel wordt een avondbuffet geserveerd met salades en rollade.
Er zitten voornamelijk Nederlandse groepen en gezinnen in dit familiehotel in Sankt Peter.
Allemaal dezelfde goedkope aanbieding geboekt voor de kerstvakantie van 2002.

Na het eten en de wijn gaan we rozig naar onze hotelkamer.
In het halletje lachen we naar elkaar.
`Zullen we weer eens oefenen?’ zegt mijn man ondeugend terwijl hij mij vastpakt.
Ik trek hem naar het bed met de witte donzen dekbedden en laat me lachend vallen.
En als hij uiteindelijk met een zucht klaarkomt, zegt hij:
`Zo, nu ben je zwanger!’
En verrek, hij kreeg gelijk.

vrijdag 15 februari 2013

Gelukkig


`Ik ben gelukkig’, zeg ik in de auto tegen zoonlief.
`Ben jij ook gelukkig?’, vraag ik hem.
`Ik zou nog gelukkiger zijn als ik Marril had’, zegt hij.
Marril is een knuffeldier van Pokémon die hij op Marktplaats heeft gezien, 
en ‘zo’n schattig pluimpje aan zijn staart heeft en van die lieve ogen.’
Hij heeft het al een week over Marril.
`Hoe lang blijf je eigenlijk gelukkig als je Marril hebt?’ vraag ik.
`Voor altijd’, zegt zoonlief.
`Weet je dat zeker?’ vraag ik.
`Is het niet handiger om gewoon in jezelf gelukkig te zijn?
In plaats van iets daarvoor te moeten hebben?’ preek ik.
Zoonlief haalt zijn schouders op.
`Je denkt nu dat je voor altijd gelukkig zult zijn als je iets krijgt wat je graag wil hebben, maar het kan best zijn dat je je na een uur al weer minder gelukkig voelt. 
En dat je er al snel aan gewend bent dat je dat hebt.’
`Dat is niet zo met Justin Beaver’, zegt zoonlief, `een ander knuffelbeest, in de vorm van een bever waar hij al maanden mee rondsjouwt en dat overal meekijkt met wat hij doet.
`Van hem kan ik blijven houden, dus blijf ik gelukkig.’
Ik denk even na.
`Ik denk dat je gelijk hebt. Als je van iets houdt, dan blijf je wel gelukkig als je het hebt’, zeg ik.
`Hoeveel kost die Marril eigenlijk?’
`Tien euro, mam, zonder verzendkosten.'

maandag 11 februari 2013

Vonk


In het donker pak ik twee verschillende sokken uit de la, omdat ik  zonder licht niet zo snel twee gelijke kan vinden: een dikke wandelsok en een dunne sportsok.

Ik trek de dikke sok aan en zie een vonk van de dunne afspatten in het donker. Wauw, hoe kan dat toch? Dat zo’n sok zo statisch geladen raakt terwijl hij stil in de la ligt? denk ik.

Ik loop naar de gang. De sportsok in mijn hand blijft vonken als een gasaansteker. Daarom houd ik hem even tegen het metaal van de trapleuning. Ik weet niet zeker of de sok zo wel contact maakt met de aarde, maar ik trek hem toch maar aan. Dan maar vonkende voeten.

dinsdag 5 februari 2013

Kapot

Mijn buurvrouw bekeek het geboortekaartje van ons kersverse buurjongetje aan de andere kant van de straat en herinnerde zich de geboorte van haar dochter vele jaren geleden. `Mijn zoontje hoorde zijn zusje huilen, zag dat ze geen piemeltje had en zei: `Mam, die is kapot. Die moet je terugsturen!'

donderdag 24 januari 2013

Mijn man niet meer


Ik gooi mijn sporttas op de bank in de kleedkamer.
Twee dames van het seniorenteam zijn zich nog aan het aankleden en kletsen samen.
`En dan zeg ik nog: Neem je telefoon mee.  Maar dan zet hij hem niet aan!’
 Dit gaat duidelijk over eigenwijze echtgenoten denk ik. En hun nog eigenwijzere vrouwen.
`Dan zeg ik: doe je kaartje in je jas. En dan zie ik als hij weg is dat zijn kaartje op de tafel ligt. Heeft hij het opgeruimd op zijn manier. Ja, en dan laat ik het maar los’, verzucht een van de dames terwijl ze haar trui over haar hoofd trekt.

Word ik ook zo als ik een jaar of zestig ben? denk ik. Constant het doen en laten van je man in de gaten houden. Ik kan me voorstellen dat hun echtgenoten af en toe rebelleren door hun telefoon uit te zetten als ze op pad gaan. 
‘Heel goed, loslaten’, bemoei ik me met het gesprek.

`Mijn man heeft sinds een jaar of twee Alzheimer’,  zegt de vrouw wiens man zijn kaartje op tafel had laten liggen.
`Oh’, zeg ik.
`Dan kun je niet loslaten’, zegt ze. `Dan gaat hij op de fiets weg, zonder telefoon en dan weet ik de hele ochtend niet waar hij is.’
`Dat is heel rot’, zeg ik.
`En het is zo raar he, soms weet hij alles heel goed en dan hebben we een fantastisch gesprek over kunst of over politiek en een volgend moment dan kan hij nog geen theewater opzetten.’
Ze schudt haar hoofd. Ik kan er niet altijd tegen.

`Nee’, zegt de vrouw naast haar. `Mijn moeder was ook dement en dan kwam je binnen en dan zei ze: Ah, daar is een kind van me. Ze wist niet wie, alleen dat je een kind was. En dan was je er de hele avond en elke keer als ze je zag, zei ze, och, daar is een kind van me. Ben je er eindelijk weer eens? Ik heb je al zo lang niet meer gezien. En ze kon zo boos zijn. We hebben wat robbertjes gevochten mijn moeder en ik.’

Ja, zegt de vrouw van de man van het vergeten kaartje. `Hij is ook zo boos als ik dingen voor hem doe. ‘Dat doe ik toch altijd! zegt hij dan. Maar dat is niet meer zo.
Een lamp vervangen. Dat doe ik wel, zegt hij dan. Maar hij vergeet het. En als ik dan na een week een lamp heb gekocht. Is hij kwaad als hij die ziet liggen. Dat zou ik toch doen! Maar ik vervang hem ten slotte toch zelf.

`En geldzaken?’ vraagt de vrouw met de boze demente moeder.
`Ach, dat deed ik altijd al.’ antwoordde ze.
`Hij vraagt er af en toe naar en dan zeg ik: We hebben geld genoeg. Dat gaat niet meer op in de korte tijd dat wij nog leven.’
Ik herinner me dat ze net hersteld is van borstkanker.
`Het is toch wel vroeg om dement te worden als je zestig bent, vind je niet?’, vraagt ze aan me.
Ik knik.

`En het ergste vind ik, dat ik mijn man niet meer heb. Daar ben ik zo verdrietig om. Dat ik een rol krijg, die ik helemaal niet wil, als verzorger. Dat maakt me heel verdrietig. Maar ja, wat doe je er aan.’
Ze borstelt haar haren,  pakt haar tas en steekt haar hand op.
Tot de volgende week!